Flexibel maatwerk

Deel 4 “zelfbouwfeuilleton

Misschien komt het omdat ik opgegroeid ben boven de modezaak van mijn ouders. In ieder geval heeft het spanningsveld tussen maatwerk en confectie me altijd gefascineerd. In de seriematige woningbouwopgaves waar ik me al jaren mee bezighoudt is het de kunst om iedere woning bijzonder te maken. Vaak lukt dat door binnen een basisplattegrond oneindig veel opties aan te bieden. Tijdens het ontwerp heb je tenslotte geen idee wie het huis of appartement gaat kopen. Dan blijkt er ineens een jong gezin in je vrijgezellenflat te komen, een pakistaanse familie met oma en volwassen kleinkinderen betrekt die vrijstaande villa waar een blank gezinnetje voor op de folder stond en twee dames met een hondentrimsalon hebben hun oog laten vallen op de woon-werkwoning waar wij, naïevelingen, braaf een kantoorinrichting hadden ingestippeld.

Bij zelfbouw is dat compleet anders. Het is een levensgroot maatpak wat je, als je wilt, helemaal op je individuele wensen kunt toesnijden.

Toch kon ik het niet laten om ook voor onze eigen woning na te denken over opties en aanpassingen. Dat heeft alles te maken met toekomstbestendigheid. In het vorige deel van dit zelfbouwfeuilleton schreef ik al over de technische houdbaarheid; “minder techniek heeft de toekomst” en in “de drie biggen en de bouwschaamte” hield ik de economische levensduur van een stenen huis op IJburg tegen het licht. Met de functionele houdbaarheid van onze woning is de trilogie rond.

De kaders van ons kavel laten ruimte voor vier bouwlagen. Dat is sowieso belachelijk groot maar helemaal als ik naar de toekomst kijk. Met twee kinderen van 15 en 17 zijn er verschillende scenario’s denkbaar. Het is best mogelijk dat we nog tien jaar met z’n vieren in onze ruime gezinswoning wonen. Wij oudjes hebben dan twee verdiepingen beneden en onze jonge volwassen kinderen ieder een eigen verdieping boven. Het kan ook dat allebei de kinderen, net als wijzelf vroeger, kort na de middelbare school uitvliegen. Dan wonen we ineens met z’n tweeën in een huis dat eigenlijk te groot is. We hebben het huis daarom zo ingedeeld dat de twee verdiepingen bovenin op zichzelf kunnen staan. Wie weet wordt onze gezinswoning ooit nog eens een appartemententorentje, of een woongroep, of toch een kangoeroewoning, wie zal het zeggen?

De onderste laag van ons woontorentje. In de verdiepingsvloer zitten twee trapgaten. Het trapgat bij de ladder rechts gaat naar de bovenste twee verdiepingen. Voor de betonnen muur in het midden komt een trap die de woonkeuken op de begane grond met onze woonsuite op de eerste verdieping verbindt.