“Het leven van een bouwkundig tekenaar is één grote wijziging”, hoor ik mijn BIM-mende collega’s regelmatig verzuchten en daarmee raken ze precies de inhoud van ons prachtige vakgebied. De meeste gebouwen zijn het resultaat van heel veel overleg over hoe we precies willen bouwen, waar dat kan en wat we ermee willen bereiken.
Iedereen die wel eens aan een kleine verbouwing is begonnen, weet dat een idee dat aanvankelijk zo simpel leek uiteindelijk toch heel wat voeten in aarde heeft. Of je nu een muurtje doorbreekt om de keuken bij de woonkamer te trekken of een poging doet een vaste trap naar de zolder te maken… je ontdekt al snel dat je mooie plannen veel meer tijd en geld vroegen dan je aanvankelijk dacht. Vaak komen er gedurende het proces enkele technische uitdagingen aan het licht en dan is het maar te hopen dat je iemand hebt gevonden die je kan helpen tot een resultaat te komen dat voldoet aan je oorspronkelijke wensen.
Ik spendeer er het overgrote deel van mijn tijd aan. De verlichting op een galerij bijvoorbeeld is als je het aan de installatiebranche overlaat ’s nachts zo fel dat de hele buurt geen oog meer dicht doet. In onze laatste projecten plaatsen we de armaturen vlak boven de vloer zodat je wel ziet waar je loopt maar het licht niet in de slaapkamerramen schijnt. In mijn eigen woning heb ik bewust naar een aantal eenvoudige alternatieven voor standaardproducten gezocht. Zo heb ik opdek binnendeuren, verdiepingshoog in een houten kozijn. De bouwpraktijk is toch weerbarstiger. In een project van honderd woningen ben je anderhalve ton duurder uit met een verdiepingshoog kozijn en bespaar je nog eens een paar ton als je die kozijnen in staal zou uitvoeren. Aan een stompe deur hoef je vanwege de arbeidskosten niet eens te denken.
Het kan ook anders. Afgelopen herfst was ik in Bazel en omgeving. Aan de oevers van de Rijn heeft medicijnenfabrikant Novartis een twintig hectare grote campus aangelegd waar door de week iedereen welkom is om zich te vergapen aan de bijzondere gebouwen die er door een keur aan internationale starchitects is ontworpen. Het geld klotst er tegen de plinten, wat niet eens tot poenige uitspattingen heeft geleid, al straalt ieder tot in de puntjes verzorgd detail vooral uit dat de rest van de wereld uit een hoop arme sloebers bestaat.
Aan de Duitse kant van de Bazelse agglomeratie had meubelmaker Vitra al twintig jaar eerder een campus door starchitects laten vullen. Het meest compromisloze gebouw daar is de brandweerkazerne van Zaha Hadid. Een spectaculair staaltje stiletto-architectuur dat zo fotogeniek is dat we het allemaal op z’n minst van de plaatjes kennen. Het gebouw heeft niet de kans gekregen zich echt te bewijzen. De bedrijfsbrandweer fuseerde kort na de oplevering met de lokale brandweer en liet het gebouw leeg achter. Het is sindsdien een evenementenruimte. Het gebouw is met bijzonder veel raffinement gemaakt, waarbij je minstens zoveel respect voor de bouwers als voor de ontwerpers en zelfs voor de opdrachtgever krijgt. Het zal bij de diagonaal geplaatste, schuin geslepen matglazen schuifpui zijn geweest dat de moed me in de schoenen zonk.
De volgende dag in Bazel knapte ik weer een beetje op. We bezochten een aantal Wohngenossenschaften en een tot woningen verbouwd ziekenhuis. Het Felix Platter Spital dreigde gesloopt te worden, maar werd door een paar honderd in wooncoöperatieven verenigde huurders verbouwd tot wat voor Zwitserse begrippen betaalbare woningen zijn. Als het gaat over mooi of lelijk dan denk ik dat de tegels in de corridors niet kunnen tippen aan de afwerking van de prestigeprojecten op de campussen, maar bij het bezoek aan een paar woningen en aan een gemeenschappelijke ruimte met balkon voelde ik zoveel meer sympathie voor dit project waar niet alles vanzelf gaat. Het is mooi om te zien waar architecten met een onbeperkt budget en de nieuwste techniek toe in staat zijn. Toch ontdekte ik andermaal dat voor mij de meeste schoonheid zit in het na overleg met alle betrokken adviseurs, bouwers en gebruikers gevonden compromis.
Deze column is eerder gepubliceerd op Architectenweb
Fotograaf: Maarten van Haaff
